Roger Nupie
mary oliver IV
THE SUMMER DAY
DE ZOMERDAG
Wie heeft de wereld gemaakt?
Wie heeft de zwaan en de zwarte beer gemaakt?
Wie heeft de sprinkhaan gemaakt?
Deze sprinkhaan, bedoel ik -
die uit het gras opsprong,
die suiker uit mijn hand eet,
die haar kaken heen en weer beweegt in plaats van op en neer -
die rondkijkt met enorme en gecompliceerde ogen.
Nu tilt ze haar bleke onderarmen op en wast grondig haar gezicht.
Nu klapt ze haar vleugels open en zweeft weg.
Ik weet niet precies wat een gebed is.
Ik weet wel hoe ik mijn aandacht erbij moet houden, hoe ik in het gras
moet vallen, hoe ik in het gras moet knielen,
hoe ik lui en gezegend moet zijn, hoe ik door de velden moet wandelen,
wat ik de hele dag gedaan heb.
Vertel me, wat had ik anders moeten doen?
Gaat tenslotte niet alles dood, en te vroeg?
Vertel me, wat ben je van plan
met je ene stormachtige en kostbare leven?
WHEN DEATH COMES
ALS DE DOOD KOMT
Als de dood komt
zoals de hongerige beer in de herfst;
wanneer de dood komt en alle glimmende munten
uit zijn geldbeugel haalt
om mij te kopen, en de geldbeugel dichtklapt;
als de dood komt
als de mazelenpokken
als de dood komt
als een ijsberg tussen de schouderbladen,
dan wil ik de deur uit stappen, een en al nieuwsgierigheid
en me afvragen: hoe zal het eruitzien, dat optrekje vol duisternis?
En daarom beschouw ik alles
als een broederschap en een zusterschap,
en ik beschouw tijd als niet meer dan een idee,
en eeuwigheid als een andere mogelijkheid,
en elk leven als een bloem, zo gewoon
als een veldmadeliefje, en als uitzonderlijk,
en elke naam een mondvol aangename muziek,
neigend, zoals alle muziek, naar stilte,
en elk lichaam een leeuw van moed, en iets
kostbaars voor de aarde.
Als het voorbij is, wil ik zeggen dat ik mijn hele leven
een bruid was die getrouwd was met verbazing.
Ik was de bruidegom en nam de wereld in mijn armen.
Als het voorbij is, wil ik me niet afvragen of ik van mijn leven
iets bijzonders en wezenlijks heb gemaakt.
Ik wil mezelf niet zuchtend en bang terugvinden,
of al ruziënd.
Ik wil niet eindigen alsof ik deze wereld
alleen maar simpelweg heb bezocht.
WHERE DOES THE TEMPLE BEGIN, WHERE DOES IT END?
WAAR BEGINT DE TEMPEL, WAAR EINDIGT HIJ?
Er zijn dingen waar je niet bij kunt. Maar
je kunt ernaar uitkijken, dag in dag uit.
De wind, de vogel die wegvliegt. Het godsbegrip.
En het kan je net zo bezighouden als al het andere, en gelukkiger.
De slang glipt weg; de vis springt als een kleine lelie
uit het water en weer terug; de distelvinken zingen
vanop de onbereikbare top van de boom.
Ik kijk; blijf kijken, van 's ochtends tot ’s avonds.
Kijken, ik bedoel niet alleen maar rondhangen,
maar rondhangen alsof je er staat met open armen.
En denkend: misschien komt er iets,
een stralende windvlaag,
of een paar blaadjes van een oude boom -
ze maken ook deel uit van dit alles.
En nu zal ik je de waarheid vertellen.
Alles in de wereld
komt.
Althans, dichterbij.
En van harte.
Zoals de knabbelende vissen met klatergoudogen;
de slang die zich ontrolt.
Zoals distelvinken, kleine gouden poppetjes,
rondfladderend in de hoek van Gods
hemel, de blauwe lucht.
The Summer Day
Who made the world?
Who made the swan and the black bear?
Who made the grasshopper?
This grasshopper, I mean -
the one who has flung herself out of the grass,
the one who is eating sugar out of my hand,
who is moving her jaws back and forth instead of up and down -
who is gazing around with her enormous and complicated eyes.
Now she lifts her pale forearms and thoroughly washes her face.
Now she snaps her wings open, and floats away.
I don’t know exactly what a prayer is
I do know to pay attention, how to fall down
into the grass, how to kneel own in the grass,
how to be idle and blessed, how to stroll through the fields,
which is what I have been doing all day.
Tell me, what else should I have done?
Doesn’t everything die at last, and too soon?
Tell me, what is it you plan to do
with your one wild and precious life?
Mary Oliver
Mary Oliver
WILD GEESE
WILDE GANZEN
Je hoeft je niet uit te sloven.
Je hoeft niet uit berouw op je knieën
honderd mijl door de woestijn te lopen.
Je hoeft alleen het zachte dier in je lichaam te laten
liefhebben wat het liefheeft.
Vertel me over wanhoop, die van jou,
en ik zal over de mijne vertellen.
Intussen draait de wereld door.
Intussen bewegen de zon en de heldere regenkiezels
over de landschappen,
over de prairies en de krachtige bomen,
de bergen en de rivieren.
Ondertussen vliegen de wilde ganzen,
hoog in de zuivere blauwe lucht, weer naar huis.
Wie je ook bent, hoe eenzaam ook,
de wereld biedt zichzelf aan in je verbeelding,
roept je zoals de wilde ganzen, schel en opwindend -
keer op keer je plaats aankondigend
in de dingen om je heen.
Wild Geese
You do not have to be good.
You do not have to walk on your knees
for a hundred miiles through the desert, repenting.
You only have to let the soft animal of your body
love what it loves.
Tell me about despair, yours, and I will tell you mine.
Meanwhile the sun and the clear pebbles of the rain
are moving across the landscapes,
over the prairies and the deep trees,
the mountains and the rivers.
Meanwhile the wild geese, high in the clean-blue air,
are heading home again.
Whoever you are, no matter how lonely,
the world offers itself to your imagination,
calls to you like the wild geese, harsh and exciting -
over and over announcing your place
in the family of things.
Mary Oliver