  Het Stille Pand (2006-2025)   Het Stille Pand (2006-2025)   Het Stille Pand (2006-2026)
Roger Nupie mary oliver III
Sometimes I need  only to stand wherever I am to be blessed.   Mary Oliver
SOMETIMES SOMS 1 Er kwam iets uit het donker. Het was niet iets dat ik ooit eerder had gezien. Het was geen dier of bloem, tenzij het allebei was. Er kwam iets uit het water, een kop zo groot als een kat, maar modderig en zonder oren. Ik weet niet wat God is. Ik weet niet wat de dood is. Maar ik geloof dat ze onderling een vurige en noodzakelijke regeling hebben. 2 Soms laat melancholie me buiten adem achter. 3 Later stond ik in een veld vol zonnebloemen. Ik voelde het begin van de midzomer. Ik dacht aan de zoete, elektrische slaperigheid van de schepping, toen het begon te breken. In het westen pakten wolken zich samen. Donderkoppen. Binnen een uur was de lucht er vol mee. Binnen een uur was de lucht gevuld met de zoetheid van regen en bliksemschichten. Gevolgd door de diepe klokken van de donder. Water uit de hemel! Elektriciteit van de bron! Beiden gek om iets te creëren! De bliksem helderder dan welke bloem dan ook. De donder zonder een slaperig bot in zijn lichaam. 4 Instructies voor het leven: Wees aandachtig. Wees verbaasd. Vertel erover. 5 Twee of drie keer in mijn leven ontdekte ik de liefde. Elke keer leek het alles op te lossen. Elke keer loste het heel veel dingen op, maar niet alles. Toch was ik zo dankbaar alsof het alles inderdaad en grondig had opgelost. 6 God, rust in mijn hart en versterk me, neem mijn honger naar antwoorden weg, laat de uren op mijn lichaam spelen zoals de handen van mijn geliefde. Laat de kattenkop weer verschijnen - de kleinste van je mysteries, waarschijnlijk een wilde neef van mijn eigen bloed - waarschijnlijk een neef van mijn eigen wilde bloed, in de zwarte eetkom van de vijver. 7 De dood wacht op me, ik weet het, om de een of andere hoek. Dit amuseert me niet. Het maakt me ook niet bang. Na de regen ging ik terug naar het veld met zonnebloemen. Het was cool en ik was allesbehalve slaperig. Ik liep langzaam, en luisterde naar de gekke wortels, in de doorweekte aarde, lachend en groeiend.
NEXT TIME DE VOLGENDE KEER Wat ik de volgende keer zou doen is naar de aarde kijken voordat ik iets zeg. Ik zou halthouden vlak voordat ik een huis binnenga en een minuut keizer zijn en aandachtiger naar de wind luisteren of naar de stilte van de lucht. Als iemand tegen me sprak, of het nu ging om verwijten of lof of gewoon om tijd te verdrijven, zou ik naar het gezicht kijken, hoe de mond zijn werk moet doen, en elke spanning zien, elk teken van wat de stem verhief. En voor alles, ik zou meer weten - de aarde die zich schrap zet en zweeft, de lucht die elk blad en elke veer boven bos en water vindt, en voor iedereen het lichaam dat in de kleding gloeit als een licht.
SLEEPING IN THE FOREST SLAPEN IN HET BOS Ik dacht dat de aarde zich mij herinnerde, ze nam me zo teder terug, terwijl ze haar donkere rokken schikte, haar zakken vol korstmossen en zaden. Ik sliep als nooit tevoren, een steen op de rivierbedding, niets tussen mij en het witte vuur van de sterren behalve mijn gedachten, en ze zweefden licht als motten tussen de takken van de perfecte bomen. De hele nacht hoorde ik de kleine koninkrijken om me heen ademen, de insecten en de vogels die hun werk doen in de duisternis. De hele nacht stond ik op en viel ik, alsof ik in het water was, worstelend met een helder noodlot. Tegen de ochtend was ik minstens een dozijn keer verdwenen in iets beters.