  Het Stille Pand (2006-2025)   Het Stille Pand (2006-2025)
Roger Nupie mary oliver II
FORTY YEARS VEERTIG JAAR veertig jaar lang zijn de vellen wit papier onder mijn handen doorgegaan en heb ik geprobeerd hun vredige leegte te verbeteren door kleine krullen kleine schachten van letters woorden neer te zetten     kleine opspringende vlammen niet één bladzijde was voor mij minder dan fascinerend een boeiend discours     dat zijn bleke zenuwen verbergt in de bochten van de Q's achter de krijgshaftige H's in de zwemvliezen van de W's     veertig jaar en zoals altijd stond ik vanmorgen weer stil terwijl de wereld nat en mooi terugkomt ik denk    dat taal niet eens een rivier is geen boom, geen groen veld niet eens een zwarte mier die kordaat discreet dag in dag uit van de ene gouden bladzijde naar de andere reist.
I HAPPENED TO BE STANDING IK STOND TOEVALLIG Ik weet niet waar gebeden heen gaan, of wat ze doen. Bidden katten terwijl ze half slapend in de zon slapen? Bidt de buidelrat als zij de straat oversteekt? De zonnebloemen? De oude zwarte eik die elk jaar ouder wordt? Ik weet dat ik doorheen de wereld kan lopen, langs de kust of onder de bomen, met mijn geest gevuld met dingen van weinig belang, in volledige aandacht voor mezelf. Een toestand die ik niet echt een echt leven kan noemen. Is een gebed een geschenk, of een verzoek, of maakt het niet uit? De zonnebloemen branden, misschien is dat hun manier. Misschien slapen de katten diep. Misschien ook niet. Terwijl ik dit dacht, stond ik toevallig net buiten mijn deur, met mijn notitieboekje open, zoals ik elke ochtend begin. Toen begon een winterkoninkje in de liguster te zingen. Het was helemaal doordrenkt van enthousiasme, ik weet niet waarom. En toch, waarom ook niet. Ik zou je niet overtuigen van wat je ook gelooft of wat niet. Dat zijn jouw zaken. Maar ik dacht, over het gezang van het winterkoninkje, wat kan dit zijn als het geen gebed is? Dus luisterde ik maar gewoon, mijn pen in de lucht.
I GO DOWN TO THE SHORE IK DAAL AF NAAR DE KUST 's Ochtends daal ik af naar de kust en afhankelijk van het uur rollen de golven binnen of naar buiten, en ik zeg, oh, ik voel me ellendig, wat zal - wat moet ik doen? En de zee zegt met haar mooie stem: Het spijt me, ik heb het te druk.
Every morning the world is created. Under the orange  sticks of the sun the heaped ashes of the night turn into leaves agin  and fasten themselves to the high branches - and the ponds appear like black cloth on wich are painted islands  of summer lilies. If it is your nature to be happy you will swim away along the soft trails  for hours, your imagination alighting everywhere. And if your spirit carries within it    the thorn that is heavier than lead - if it’s all you can do to keep on truding -  there is still somewhere deep within you a beast shouting that the earth is exactly what it wanted -  each pond with its blazing lillies is a prayer heard and answered lavishly, every morning,  wheyter or not you have ever dared to be happy, whether or not yoy have ever dared to pray.  Mary Oliver     Morning Poem
Elke ochtend wordt de wereld geschapen. Onder de oranje stralen van de zon verandert de opgehoopte as van de nacht weer in bladeren en zet zich vast aan de hoge takken - en de vijvers verschijnen als zwarte stof waarop geschilderde eilanden van zomerlelies. Als het je aard is om gelukkig te zijn, zul je urenlang wegzwemmen langs de zachte paden, terwijl je fantasie overal opduikt. En als je geest de doorn in zich draagt
zwaarder dan lood als het enige is wat je kunt doen om te blijven ploeteren - er is nog steeds ergens diep in je een beest dat roept dat de aarde precies is zoals ze het wou - elke vijver met zijn brandende lelies is een gebed dat elke ochtend rijkelijk wordt gehoord en beantwoord, of je nu wel of niet ooit gelukkig hebt durven zijn of je nu wel of niet ooit hebt durven bidden.
MORNING POEM OCHTENDGEDICHT
Kijk, de bomen veranderen hun eigen lichaam in zuilen  van licht, verspreiden de rijke geur van kaneel en vervulling,  de spits toelopende  lisdoddes barsten open en drijven weg over de blauwe schouders  van de vijvers, en elke vijver, wat zijn naam ook is, is  nu naamloos. Elk jaar leidt alles wat ik ooit  in mijn leven heb geleerd hiernaar terug: de vuren en de zwarte rivier van verlies waarvan de andere kant  verlossing is, waarvan de betekenis niemand van ons ooit zal kennen. Om in deze wereld te leven  moet je in staat zijn om drie dingen te doen: liefhebben wat sterfelijk is; het tegen   je botten houden, wetend dat je eigen leven ervan afhangt; en als het tijd is om het los  te laten, het loslaten. Look, the trees are turning their own bodies into pillars  of light, are giving off the rich fragrance of cinnamon and fulfillment,  the long tapers of cattails are bursting and floating away over the blue shoulders  of the ponds, and every pond, no matter what its name is, is  nameless now. Every year Everything I have ever learned    In my lifetime Leads back tot his: the fires And the black river of loss Whose other side   is salvation, whose meaning none of us will ever know.. To live in this world  you must be able to do three things: to love wat is mortal, to hold it  against your bones knowing  your own life depends on it; and, when the time comes to let it go, to let it go.   Mary Oliver In Blackwater Woods IN BLACKWATER WOODS IN DE BOSSEN VAN BLACKWATER
Mary Oliver