  Het Stille Pand (2006-2021)
Antwerpen Quartier latin Art-Deco
WANDEL VERDER
Deze bouw- en interieurstijl duikt reeds sporadisch op voor de Eerste Wereldoorlog, vooral in siervoorwerpen. Na die oorlog breekt de art deco ook volop door in de architectuur, naast het modernisme. Maar dat laatste, waarbij alle franje aan een gebouw wijkt voor een krachtige kale vorm, is voor veel mensen nog te extreem. Daarom wordt er door de bemiddelde burgerij eerder gekozen voor art deco, waar gevels wel sierornamenten bezitten, maar uitgevoerd in moderne strakke lijnen en regelmatige vlakken: golven worden kartels, lijnen maken rechte hoeken, bakstenen worden een kwart slag gedraaid en vormen dan rechtopstaande decorvlakken in de gevel, erkers zijn uitgevoerd als driehoeken of met schuine zijden, sierlantaarns zijn vierkant of rechthoekig. Een complete breuk met de vooroorlogse art nouveau, waarvan de natuurlijk gebogen lijn en de onregelmatige vlakverdeling juist de opvallende karakteristieken zijn. Er zijn ook geen ingewikkelde ornamenten meer: geen wapenschilden, rozetten, sgraffiti, tegelpanelen met landschappen of dromerige dames - weg daarmee! Maar er wordt veelal vastgehouden aan de traditionele indeling van de woning, 'modern' is dus vooral een laagje buitenkant-vernis. Precies omdat het niet om een werkelijk nieuw woonconcept gaat, is er zeer veel variatie binnen de art deco met inspiratie uit de Afrikaanse kunst, uit het Mexico van de Maya's en Azteken, het oude Egypte, maar ook van dan opkomende aerodynamische vormen. Art deco is daardoor eerder een verzamelnaam, dan een uitgesproken stijl. Bij de architectuur komt de buitenkant niet altijd zo spectaculair over, wanneer je het interieur niet te zien krijgt. Dat geldt zeker voor de glasramen, die net zoals in een gotische kerk alleen maar hun pracht tonen als je van binnenuit het daglicht erdoor kan aanschouwen. De naam art deco dateert pas uit 1966 en is toen gelanceerd door het Parijse Musée des Arts Décoratifs. Dat bracht een tentoonstelling Les Années 25: Art Déco / Bauhaus / Stijl / Esprit Nouveau, waarin een hommage werd gebracht aan de voor 1915 geplande, maar door de oorlog tot 1925 uitgestelde Exposition Internationale des Arts Décoratifs et Industriels Modernes over toegepaste kunsten. Hier werden toen meubels, juwelen, kleding, parfums, huishoudapparaten en binnenhuisinrichting in eigentijds geometrisch design getoond. Wanneer de Amerikaanse kunsthistoricus Bevis Hillier in 1968 zijn boek met als titel ‘Art Deco of the 20s and 30s’ laat uitgeven en in 1971 in de Amerikaanse stad Minneapolis in het Minneapolis Institute of Art een overzichtstentoonstelling organiseert en daarbij het boek ‘The World of Art Deco’ laat verschijnen, vindt die term ruimer ingang als aanduiding voor een stijl. Voorheen werd deze stijl aangeduid als Style moderne, Art moderne of Paris 1925. Voor de bouwkunst in onze streken is onder meer de invloed van de Amsterdamse School van belang geweest. Een groep architecten, met als belangrijkste namen Michel de Klerck, Joan Melchior van der Mey en Piet Kramer. Michel de Klerck reageert in 1916 op het rationele werk van Hendrik Berlage, begin 20ste eeuw de bekendste Nederlandse architect. De Amsterdamse School zoekt meer expressieve vormen en wat meer fantasie in het bouwen. Dat betekent de toepassing van golvende baksteen, gebeeldhouwde ornamenten, siermetselwerk en meer kleur. Zogeheten laddervensters - waarbij elk venster met roeden is verdeeld in kleinere stukken - en vaak steile daken zijn eveneens typisch voor deze stijl. Via het maandblad Wendingen worden vanaf 1918 de opvattingen uitgedragen. In een van de kenmerkende blokken met arbeiderswoningen van Michel de Klerck in Amsterdam-West is nu Museum Het Schip helemaal aan deze architectengroep gewijd. Een andere buitenlandse architectengroep die zijn bijdrage tot de stijl heeft geleverd is de Wiener Werkstätte, opgericht in 1903 door Josef Hoffmann en Koloman Moser en voortgekomen uit de Wiener Secession-beweging, die eerder een rol speelde in de art nouveau. Bij de Wiener Werkstätte waren onder meer betrokken de beeldende kunstenaars Gustav Klimt, Egon Schiele, Emil Orlik en Oskar Kokoschka. Er wordt grotendeels ambachtelijk gewerkt met producten voor een beperkt en select publiek. Het gaat hier om toegepaste kunst, niet om gebouwen. In België is de grote naam voor art deco-interieurs de in 1905 gestichte familiale vennootschap De Coene Frères uit Kortrijk, geleid door Joseph en Adolphe De Coene. Vanaf 1925 wordt dat de Kortrijkse Kunstwerkstede Gebroeders De Coene. Contacten met heel wat kunstenaars en als voorbeeld de Engelse Arts & Crafts-beweging (zie apart Bollebooswicht-item) vormen een basis om een eigen stijl te ontwikkelen, waarbij technisch gebruik wordt gemaakt van de in de Verenigde Staten opgedane kennis van het werken met triplex, dat machinaal geproduceerd wordt door het Kortrijkse bedrijf, dat jarenlang zowat een monopolie voor dit nieuwe materiaal in België heeft. Er wordt deelgenomen aan de beroemde Parijse expositie van 1925 met een luxueuze moderne Vlaamse art deco- woonkamer, bekroond met een Grand Prix. De opdrachten uit binnen- en buitenland stromen spoedig toe. Daarbij gaat het over het inrichten van restaurants, hotels, bankinstellingen en treinen. Onder meer het Brusselse Résidence Palace, het gemeentehuis van Vorst en het Casino van Blankenberge bezitten een Kunstwerkstede De Coene-interieur. In de jaren 1930 komt daar ook de pakketbootstijl bij, die ook wel tot het modernisme wordt gerekend. De inspiratie daarvoor komt uit twee richtingen: het vierde CIAM-congres uit 1933 en de Streamline Style die in 1929 in de Verenigde Staten wordt geïntroduceerd met het vormgevingsboek Horizons van industrieel ontwerper Norman Bel Geddes. Het Congrès International d’Architecture Moderne (CIAM) was een idee van onder meer de Zwitsers-Franse architect Charles-Edouard Jeanneret, die zich rond 1917 Le Corbusier gaat noemen, geïnspireerd op de naam van voorvader Lecorbésier. Op grote bijeenkomsten van architecten uit de hele wereld wordt gediscussieerd over nieuwe manieren van bouwen, zodat de nieuwe ideeën daarrond zich snel verspreiden. Het vierde CIAM-congres vindt in 1933 plaats aan boord van het stoomschip Patris, dat vanuit Marseille naar Athene vaart. Volop tijd dus om de vormen van zo’n schip in je op te nemen: ronde relingen, patrijspoorten, dekken boven elkaar … Ze zullen hun weerslag vinden in heel wat ontwerpen voor gebouwen uit de jaren nadien. Bij de Streamline Style – die minder invloed op Europese ontwerpers heeft gehad – wordt de nadruk gelegd op de buitenkant van een object, dat na de crisis van 1929 vooruitgang moet uitstralen. Dus worden aerodynamische afgeronde vormen met krachtige lijnen om snelheid te suggereren schering en inslag bij ontwerpen uit die periode. Er zijn weinig voorbeelden van de pakketbootstijl in grote gebouwen te vinden, maar in particuliere woningen zie je hem regelmatig terug. Onder meer door middel van balkons met ronde hoeken en relingen in combinatie met het gebruik van gele of felrode baksteen, vaak met een glad oppervlak en afgewisseld met ronde zwart/goud betegelde zuiltjes.
STIJL OEUVRE ANTWERPEN: 1921 De Harp, Van Breestraat 23, Antwerpen-Stadspark. Architecten Jef Huygh, Maurice Dieltiëns. 1922 Woonhuis, Velodroomstraat 64, Antwerpen-Zurenborg. 1923 Koloniale Hogeschool, Middelheimlaan 1, Antwerpen-Wilrijk. Architect Walter Van Kuyck. 1924 Huis Jussiant, Arthur Goemaerelei 28, Antwerpen-Markgrave. Architecten Jan Van Hoenacker, John Van Beurden, Jos Smolderen i.o.v. Cléomir Jussiant. 1925 Herbosch Building, Van Meterenkaai 4, Antwerpen. Architect Louis Hamide. 1925 Appartementen, Uitbreidingsstraat 562-564, Antwerpen-Berchem. Architect Robert Soebert i.o.v. diamantair Willem De Vries. 1929 Century Hotel, De Keyserlei 60-62, Antwerpen-Statiekwartier (Century Center). Architecten Jan Van Hoenacker, John Van Beurden, Vincent Cols, Jules De Roeck. 1929 Instituut voor Tropische Geneeskunde prins Leopold, Nationalestraat 155, Antwerpen. Architecten Paul Le Bon, Marcel Spittael, m.m.v. Allard Olivier (muurschilderingen). 1929 Woonhuizen, Boekenberglei 172-174, Antwerpen-Deurne. Architect Gustaaf Van Meel. 1930 Oorlogsmonument, kruispunt Koninklijkelaan / Elisabethlaan, Antwerpen-Berchem. Architect Emiel Van Averbeke, uitvoering beeldhouwer Josué Dupon. 1930 Clubhuis Claridge, Anneessenstraat 10, Antwerpen-Statiekwartier (The Stage). Architect Adolphe Van Coppernolle i.o.v. R. Ancarani. 1930 Café Buster, Kaasrui 1, Antwerpen. Architect Arthur Smet – Nieuwe Zakelijkheidstijl. 1931 Boerentoren, Eiermarkt 20 / Meirbrug / Schoenmarkt, Antwerpen (KBC-Torengebouw). Architecten Jan Van Hoenacker, Emiel Van Averbeke, Jos Smolderen. 1933 Tilquin, Meir 99, Antwerpen (Massimo Dutti). Architect Joseph Selis. 1933 Het Oude Badhuis, Stuivenbergplein 38, Antwerpen-Seefhoek (Sportoase). Architecten Jozef Algoet, Alfred Roelants, Emiel Van Averbeke. 1934 Monument Peter Benoît, Harmoniepark, Mechelsesteenweg, Antwerpen. Architect Henry van de Velde, uitvoering beeldhouwer Oscar Jespers. 1935 Léon Van Parys (LVP - Elvepe), Zeevaartstraat 3, Antwerpen-Eilandje. Architecten Alfons Roose, Joseph Somers. 1935 Gérard Koninckx Frères (GKF), Zeevaartstraat 5, Antwerpen-Eilandje. Architecten Alfred en Donald Portielje. 1935 Woonhuis en pastorie, De Sevillastraat 120-122, Antwerpen-Deurne. Architect Jef Huygh. 1935 Woonhuis, Van Notenstraat 78, Antwerpen-Deurne. Architect Jan Sels. ANTWERPEN (PROVINCIE): 1925 Woonhuis, Willem Geetsstraat 25, Mechelen. Architect Jef Huygh. 1931 Woonhuis, Kanaaldijk 6, Geel. 1935 Wegkapel, Zondereigen z/n, Baarle-Hertog. ???? Winkelhuis, Bruul 32, Mechelen (Telenetshop). ???? Woonhuis, Olivetenvest 16-18, Mechelen. BRUSSEL: 1926 Stiel & Rothschild, Arduinkaai 28-29, Brussel (Archief en Museum van het Vlaamse Leven). Architect A. Warny. 1927 Gérard Koninckx Frères (GKF), A. Dansaertstraat 75-79 + Oude Graanmarkt 7-11, Brussel. Architect Eugène Dhuicque. 1928 Huis Haerens, Brugmannlaan 384, Brussel-Vorst. Architect Antoine Courtens i.o.v. ingenieur Robert Haerens. 1928 Museum David en Alice van Buuren, Léo Erreralaan 41, Brussel-Ukkel. 1928 Paleis voor Schone Kunsten, Ravensteinstraat 23, Brussel (Bozar). Architect Victor Horta. 1929 Woning-textielatelier Hoguet, Romestraat 24-28, Brussel-Sint-Gillis (Centrum van het Boek). Architect Georges Ligo. 1930 Sint-Jan de Doperkerk, Sint-Jan de Dopervoorplein, Brussel-Sint-Jans-Molenbeek. Architect Joseph Diongre. 1930 Villa Empain, Franklin Rooseveltlaan 67, Brussel-Ter Kamerenbos (Fondation Boghossian). Architect Michel Polak i.o.v. Louis Empain. 1932 Cinema Métropole, Nieuwstraat 30, Brussel (Zara-filiaal). Architect Adrien Blomme. 1932 Drukkerij Le Peuple, Sint-Laurensstraat 30-34, Brussel. Architecten Maxime en Ferdinand Brunfaut. 1933 Cinema Eldorado, Grand Eldoradozaal, De Brouckèreplein 37-39, Brussel (UGC-cinema). Architect Marcel Chabot i.o.v. cinema-exploitant Marlant. 1935 Woonhuis, Auguste Reyerslaan 163, Brussel-Schaarbeek (Clockarium Museum). Architect Gustave Bossuyt. 1936 Sint-Augustinuskerk, Hoogte Honderdplein, Brussel-Vorst. Architecten Léon Guiannotte, André Watteyne. 1937 Café L’Archiduc, Antoine Dansaertstraat 6, Brussel. Architect F. Van Ruyskenvelde. 1938 Gemeentehuis, Pastoorsstraat 2, Brussel-Vorst. Architect Jean-Baptiste Dewin. 1951 Nationale Basiliek van het Heilig Hart, Leopold II-laan, Brussel-Koekelberg. Architect Albert Van Huffel. GENT: 1925 Woonhuis, Papegaaistraat 67, Gent. Architect Emile De Nil. 1925 Woonhuis, Koning Albertlaan 77, Gent. Architect Geo Henderick. 1925 Prinses Clementinalaan 122, Gent-Sint-Pietersstation. Architect Felicien Bilsen. 1927 Appartementsgebouw, Tennisbaanstraat 1-9 / Handbalstraat, Gent. Architect Geo Henderick. 1928 Appartementen Vooruit, Antwerpsesteenweg 2-8, Gent. Architect Paul De Taeye i.o.v. Socialistische Maatschappij Vooruit. 1930 Dagblad Vooruit, Sint-Pietersnieuwstraat 128, Gent (Backstay Hostel). Architect Fernand Brunfaut. OOST VLAANDEREN:. 1921 Hoofdpost Elektriciteit, Voermanstraat 29, Lokeren. Architect Henri Vanden Broucke. 1925 Haarsnijderij Epouse Jacobs A. Cogen, Heirbrugstraat 211-213, Lokeren. 1925 Socialistisch Volkshuis o.a. Gelagzaal, Vermorgenstraat 9, Sint-Niklaas. Architect Robert Soebert. 1926 Koninklijke Academie, Oude Vest 111, Dendermonde. Architect Fernand de Ruddere. 1926 Gentse Naamloze Vennootschap Handelsbank, Dijkstraat 1-3, Dendermonde. Architect Jan-Albert De Bondt. 1927 Villa Léon Verbreyt, Spoorweglaan 36-36b, Sint-Niklaas. Architect Jan-Albert De Bondt. 1930 Villa, Oudstrijderslaan 38, Oudenaarde. Architect Gilbert Decordier. 1931 Woonhuis, Mgr. Stellemansstraat 38, Sint-Niklaas. Architecten August en Leander Waterschoot i.o.v. Frederik Dirken. 1931 Woonhuis, Mgr. Stillemansstraat 32, Sint-Niklaas. Architecten August en Leander Waterschoot i.o.v. Alfons Spaenhoven. 1931 PAX, herdenkingsteken WO I, Burgemeester Potiaulaan z/n, Sint-Gillis-Dendermonde. Architect Jules Tytgat. 1932 Hal Hoofdgebouw Broedersschool, Nieuwstraat 75, Sint-Niklaas. Architecten August en Leander Waterschoot m.m.v. kunstglazenier Eugeen Yoors. 1932 Woonhuis, Léopold Steurbantstraat 43, Ronse. Architect Henri Cuvelier. 1933 ’t Klokke Huys, Kerkstraat 11, Zelzate. Architect F. De Boever. 1936 Woonhuis en paardenworstenfabriek, Vakekerkweg 59, Maldegem. Architect Bourgonjon. 1937 The American Battle Monument, Tacambaroplein, Oudenaarde. Architect Harry Sternfeld. 1938 Woonhuis, Léopold Sturbautstraat 28, Ronse. Architect M. Tock. 1941 Woonhuis, Sint-Sauveurstraat 16, Ronse. Architect J. Vandenbossche i.o.v. kunstenaar A. Crennaut. 1941 Woonhuis, Bredestraat 26, Ronse. Architect J. Vandenbossche. 1941 Woonhuis, Léopold Sturbautstraat 11, Ronse. Architect A. De Gavre. Art Deco in Sint-Niklaas' en 'Interbellumarchitectuur in Ronse' plus 'Art Deco te Ronse ten voeten uit' zijn brochures over het patrimonium van deze steden, die bij de toeristische diensten te koop zijn. WEST-VLAANDEREN: 1919 Pharmacie Ameloot Apotheek, Grote Markt 23, Poperinge. 1921 Bioscoop De Gouden Lanteern, Jan Persijnstraat 6, Kortrijk (Limelight). Architect Richard Acke. 1921 Feestzaal Gildenhof, Duivenstraat 76-80, Wervik. Architecten G.B. Salaets, A. Verbun. 1924 Omnia Automobile, Leopoldlaan 41, Middelkerke. Architect E. Deleye. 1928 Beau Sejour, Léon Spilliaertstraat 1, Oostende (hotel-residentie Lido). Architect A. Daniels. 1929 Woonhuis, Theodoor Stevenslaan 62, Kortrijk. Architect J.J. Vandenbulck – geometrische stijl. 1929 Hotel Astoria, Leopoldlaan 7, De Haan. Architect Léon Ide. 1929 Beau Laurier en Akelei, Barkenlaan 32-34, De Panne. Architect Louis Legein – kubistische stijl. 1929 Woonhuis, Rijselstraat 80, Menen. Architect Gaston Boghemans. 1930 Brandweerkazerne, Krekelstraat 130-132, Izegem. Architect Carlos Beyaert. 1930 Schoenfabriek Eperon d’Or, Prins Albertlaan 5, Izegem. Architect Charles Laloo. 1930 Feestpaleis, Ooststraat 1-3, Roeselare (Hema). Architect Gaston Boghemans i.o.v. Socialistische Mij. De Voorzorg. 1932 Woonhuizen, Beverlaai 19-21, Kortrijk. 1932 Villa Marie, Jules Lagaelaan 6, Roeselare. Architect Jules Van Peteghem i.o.v. Marie Baert. 1933 De Pier, Zeedijk z/n, Blankenberge. Architecten Jules Soete, Gustave Magnel, A. Bouquet. 1933 Heilig Hartkerk, Hippoliet Spilleboutdreef 13, Roeselare. Architect Alfons Van Coillie. 1934 Villa Miamiel, Rondeweg 3, Heist. 1935 Villa Madeleine, Diksmuidsesteenweg 159, Roeselare. Architect J. De Coninck. 1935 Villa, Sint-Crispijnstraat 41, Izegem. Architect J. Degezelle i.o.v. schoenfabrikant P. Ameye. 1939 Woonhuis, Simon Stevinstraat 50, Kortrijk. Architect G. Moreau. 1945 Les Parfums Parisiens, Grote Markt 23, Roeselare. Architect Ernest Apers. ???? Appartementen The Club, Nieuwpoortlaan 16, De Panne (Coconut). VlLAAMS BRABANT: 1925 Monument slachtoffers WO I, Martelarenplein z/n, Leuven. Architecten Achille De Bondt-Boelens, Gerard Thienpont, Marcel Wolfers. 1928 Sint-Rochuskerk, Kardinaal Mercierplein z/n, Halle. Architecten Jan Van Hoenacker, John Van Beurden, Jos Smolders. 1936 Café De Zwaan / Châlet Vert, IJzerstraat 17, Tienen. Architect Charles Rimanque. LIMBURG: 1936 Christus-Koningkerk, Duinenlaan 2, Genk-Waterschei. Architecten Gaston Voutquenne, Albert Van Huffel, Dom Sébastien Braun. WALLONIË: 1921 Maison Dermine, Boulevard Audent 42, Charleroi. Architecten Marcel Depelsenaire, Jules Laurent i.o.v. advocaat Dermine. 1936 Stadhuis en belfort, Place Charles II, Charleroi. Architect Joseph André. PAKKETBOOTSTIJL: 1935 Woonhuis, Rijsenbergstraat 42, Gent. Architect Andréas De Maerteleire. 1935 Woonhuis, Rijsenbergstraat 4, Gent. Architect H. Van Laere. 1935 Villa des Glycines, Dageraadstraat 32, Mechelen. Architect L. Poplemon. 1935 Woonhuis, Dageraadstraat 47, Mechelen. Architect A. Verreyt. 1935 Woonhuis, Venneborglaan 43, Antwerpen-Deurne. Architect Karel Van Looy. 1936 Woonhuis, Rijsenbergstraat 46, Gent. Architect Emile De Nil. 1936 Woonhuis, Ter Rivierenlaan 101, Antwerpen-Deurne. Architect Karel Van Looy. 1936 Woonhuis, Nieuwstraat 113, Wevelgem. Architect Michel Delrue. 1936 Woonhuis, Frans de Potterstraat 9, Gent. Architect Maurice De Paepe. 1937 Woonhuis, Veerstraat 21, Drongen. Architect Richard Deweirdt. 1938 Woonhuis, Rijsenbergstraat 39, Gent. Architect Antoine Gruyaert. 1938 Woonhuis, Stationsstraat 89, Heist op den Berg. Architect J. Ottelohe. 1939 Woonhuis, Sint-Katarinastraat 177, Brugge-Assebroek. Architect A. Hoeman. 1939 Woonhuis J.B. Devlemincklaan 71, Zaventem. Architect Henri Doms. 1939 Belgisch Nationaal Instituut van Radio-omroep (NIR), Eugène Flageyplein / Belvédèrestraat 27, Brussel-Elsene. (Flagey vzw, ingang Heilig-Kruisplein, Elsene) Architect Joseph Diongre. ???? Woonhuis, Frans Nensstraat 5, Leuven. Architect J. Bertrand. ???? Woonhuis, Heerstraat 8, Neerpelt. Architect Sylvain Strauven. ???? Woonhuis, Lange Kroonstraat 189-191, Boechout. ARCHITECTENWONINGEN: 1924 Flor Van Reeth, Boekenberglei 178, Antwerpen-Deurne. 1925 Eduard Van Steenbergen, Strijdhoflaan 91, Antwerpen-Berchem. 1925 Emile De Nil, Papegaaistraat 69, Gent. 1927 Alfons Van Braekel, Generaal Van Merlenstraat 21, Antwerpen-Zurenborg. 1927 Léon Heutz, Doornelei 24, Antwerpen. 1927 Geo Henderick, Gordunakaai 2, Gent. 1928 Gustave Bailyu, Vlamingstraat 30, Heist (Grand Café). 1929 Gustaaf Van Meel, Boekenberglei 172-174, Antwerpen-Deurne. 1930 Jules Lagae, Onze Lust, Koningsstraat 22, Roeselare. 1931 Petrus De Brauwer, Stationsstraat 10, Zele. 1933 Sylvain Smis, Edward De Cuyperstraat 11A, Oostende. BUITENLAND: AMSTERDAM: 1915 Woonblokken Hille, Spaarndammerplantsoen 60-138, Amsterdam-West. Architect Michel de Klerk – Amsterdamse Schoolstijl. 1916 Scheepvaarthuis, Prins Hendrikkade 108, Amsterdam-Waalseiland (Grand Hotel Amrâdt). Architect Johan Melchior de Meij – Amsterdamse Schoolstijl. 1918 Woonblokken Eigen Haard, Spaarndammerplantsoen 93, Amsterdam-West. Architect Michel de Klerk – Amsterdamse Schoolstijl. 1921 Het Schip, Oostzaanstraat 45, Amsterdam-West (Museum Het Schip). Architect Michel de Klerk – Amsterdamse Schoolstijl. 1921 Tuschinski Theater, Reguliersbreestraat 26-34, Amsterdam (cinema Pathé Tuschinski). Architect Hijman Louis de Jong. 1924 Vierde Ambachtsschool, Postjesweg 1, Amsterdam-West (Het Sieraad). Architect Arend Jan Westerman, beeldhouwwerk Hildo Krop – Amsterdamse Schoolstijl. FRANKRIJK: 1932 La Piscine, Rue de l’Espérance 23, Roubaix (Musée d’Art et d’Industrie André Diligent). Architect Albert Baert.