  Het Stille Pand (2006-2021)   Het Stille Pand (2006-2022)   Het Stille Pand (2006-2023)   Het Stille Pand (2006-2023)   Het Stille Pand (2006-2021)   Het Stille Pand (2006-2022)   Het Stille Pand (2006-2024)
Plekstek

waterkracht

WATERKRACHT Machines vervangen krachttoeren van man en paard Eeuwenlang was spierkracht nodig om veel zaken in beweging te krijgen: ophijsen van goederen, openen en sluiten van deuren in sluizen, de waterstand regelen in stadsgrachten. Kanalen graven, scheepsankers ophalen, allemaal met spierkracht van mensen of heel letterlijk paardenkrachten. Katrollen hielpen bij dat hijsen, een touw rond zo’n katrol halveert de kracht die daarvoor nodig is. Alleen moet je dan een dubbel zo lang stuk touw via zo’n katrol aantrekken. Zware voorwerpen horizontaal verplaatsen kon met een kaapstander, een zware verticale kolom met een as waarrond een lier wordt gewonden. Horizontaal door de kolom gestoken stangen maken er een windas van, die stevige mannen of paarden voortduwen terwijl ze rond de kaapstander lopen. In combinatie met een kraan kan zo’n kaapstander worden gebruikt om zware voorwerpen op te hijsen. Vanaf de 19de eeuw vervangen machines stilaan die man- en paardenkracht. Eerst met stoommachines, ingebouwd in hijskranen. Maar stoomketels worden met vuur verwarmd, dus brandgevaar . En zo’n kraan wordt er niet lichter en wendbaarder op. Oplossingen waren welkom. Hoe gaan vissen je leven kan veranderen William Armstrong, een Engelse ingenieur, zit op een dag te vissen aan de Tyne, een rivier in Newcastle-upon-Tyne, de stad waar hij in 1810 ter wereld is gekomen. Wanneer William wat verderop de watermolen van een marmergroeve ziet draaien, valt het hem op dat er met zo’n rad veel vermogen van de kracht van het stromende rivierwater onbenut blijft. Armstrong wordt later betrokken bij het aanleggen van een waterleiding vanuit ver buiten de stad liggende reservoirs naar de woningen in Newcastle om alle gezinnen van goed water te voorzien. Hij mag het ongebruikte overtollige water benutten om een hijskraan aan de rivierkade te laten werken. Zijn hydraulische kraan blijkt zo’n succes, dat er al snel drie zulke kranen op die kade worden geïnstalleerd. Zo wordt William in 1846 uitvinder en fabrikant van door perswater aangedreven werktuigen. Bij Armstrongs eerste kranen is dat perswater afkomstig van een al bestaande watertoren. Daar wordt water uit de reservoirs eerst naartoe geleid, om zo door de zwaartekracht met voldoende druk naar de huizen te stromen. Maar al in 1852 bouwt architect J.W. Wild voor hem een 61 meter hoge watertoren, die uitsluitend bestemd is om perswater te leveren voor het functioneren van sluizen en kranen in de haven van het Oost-Engelse Grimsby. Die hoge toren zorgt voor voldoende druk op de waterkolom om het als perswater te kunnen leveren aan de haveninstallaties beneden. Niet meteen de handigste werkwijze, al dat water moet eerst met een stoommachine naar het reservoir bovenin worden gepompt. Nog tijdens de torenbouw in Grimsby bedenkt Armstrong in de loop van 1851 een toepassing met het principe van de accumulator, waarbij perswater reeds in het waterreservoir onder druk wordt gezet. Dat idee berust op een in 1653 door de Fransman Blaise Pascal ontdekte en naar hem genoemde wet. Blaise construeert een waterpers om aan te tonen dat de op een vloeistof uitgeoefende druk zich gelijkmatig naar alle richtingen voortplant. Oefen je binnen een gesloten hydraulisch systeem op één plaats een aanzienlijke druk uit - bijvoorbeeld via een zuiger in een pompcilinder - dan kan die drukkracht zonder veel verlies op een andere plaats in dat gesloten systeem worden afgetapt. De Engelse ingenieur Bramah construeert in 1797 de eerste industriële waterpers, die tot ver in de 20ste eeuw is toegepast om grote hoeveelheden wol, hooi of turf in omvang te verkleinen voor gemakkelijker opslag en transport, of om olie uit zaden te persen en sap uit suikerbieten. Armstrong gebruikt verticale ketels met bovenaan een zuiger. Op die zuiger brengt hij een groot gewicht aan, wat een constante druk geeft op het ketelwater. Leidingen lopen van deze accumulator naar haveninstallaties en samen vormen ze een gesloten systeem, waaruit perswater afgetapt kan worden. Dit praktische concept krijgt snel zijn toepassing in de havens van Liverpool, Londen en Glasgow. In 1876 werken er al meer dan 600 kranen op waterkracht in Engelse havens. Buitenlandse havens volgen: Marseille, Antwerpen (1865), Rotterdam (1878), Amsterdam (1886), Buenos Aires … Perswater in de Antwerpse haven Rond 1870 kiest het Antwerpse stadsbestuur voor havenkranen die met perswater werken. Brandveiligheid en omdat perswater ook bruikbaar is om bruggen en sluizen te laten bewegen zijn argumenten voor die keuze. Er worden twee grote pershuizen gebouw, een voor de noordelijke havens en Scheldekaaien, het andere voor de zuiderdokken, zuidelijke Scheldekaaien en de Nassaubrug. In de torens aan de voorkant van het Zuiderpershuis staan de accumulatoren waarin het perswater wordt samengedrukt, waarbij het via leidingen onderaan naar kaaien, bruggen en sluizen stroomt. Dat perswater wordt verbruikt en moet dus permanent worden aangevuld. Nieuw water wordt met stoommachines uit het nabije Kooldok opgepompt. Dat was het kleinste van drie Zuiderdokken en lag tussen de Scheldestraat en de Leuvensestraat, parallel aan de Waalse Kaai lopend. Die drie Zuiderdokken liggen op één lijn en staan met elkaar in verbinding. Het Kooldok wordt gevolgd door het Schippersdok als langste van de drie. Het is via de Zuidersluis – tussen Vissersstraat en IJzerenpoortkaai – verbonden met de Schelde. Op dit tweede dok, tussen Leuvenstraat en Schaliënstraat, volgt nog het wat kleinere Steendok, zuidwaarts tussen Schaliënstraat en Van der Sweepstraat. Vandaag zijn ze vervangen door ondergrondse parkeergarages. In het Zuiderpershuis drijven stoommachines in een machinezaal achter de accumulatoren pompen aan die het Kooldokwater naar een vergaarbak in de ketelzaal stuwen, waarna het met een hogedrukpomp in de accumulator wordt gebracht. Dankzij een grote zuiger en een zware ballastkist kan het als perswater door het leidingennet stromen. Die zuiger en ballastkist drijven als het ware op het water in de accumulator en bewegen voortdurend op en neer met de waterstand, waardoor het perswater steeds een gelijke druk behoudt. Slechts één accumulator is nodig, het tweede exemplaar dient als reserve tijdens onderhoud. In een ketelhal pal achter de machinezaal staan vijf stoomketels. Die worden gestookt met steenkool, die per binnenschip via het Kooldok wordt aangevoerd. Een kraan laadt de steenkool over in een spoorwagon, die via een aftakking tot op de achterplaats van het Zuiderpershuis wordt gereden, om daar gelost te worden. Rond die binnenplaats zie je nog enkele gebouwen met daarin vooral werkplaatsen. Zo is er de kettinggloeioven. Havenkranen werkten met hijskettingen en die moeten om de 600 uur uitgegloeid worden, waarmee broos geworden kettingen hun sterkte herwinnen. Zwakke delen van deze gesmede kettingen worden hersteld in een eigen smidse met een aambeeld en een pneumatische hamer. Nog een andere werkplaats is de paswerkerij met schaafbanken. Wat werd er aangedreven door het Zuiderpershuis? Via een ondergronds leidingennet krijgen 164 kranen, 6 sluizen, 30 kaapstanders, 3 rioolschuiven en 8 bruggen met waterkracht energie geleverd. Tot de bruggen behoorde ook de Nassaubrug op het Eilandje tussen het Bonaparte- en Willemsdok, die tot 1977 wordt bediend en daarna een eigen watertank met pomp krijgt, waar deze brug nog steeds mee werkt. Voor de noordelijke Scheldekaaien en dokken zorgt het Noorderpershuis aan de Kattendijkdok Oostkaai met een 24 km lang leidingennet voor 161 kranen, 12 bruggen, 35 kaapstanders, één hijsbok, een wagonlift, plus 10 sluizen, waaronder de Bonaparte- en de Royerssluis. Om een meer gelijkmatige druk in al die leidingen te garanderen zijn op 20 oktober 1886 beide netten op elkaar aangesloten. Natuurlijk moeten er dan ook havenkranen komen die op perswater werken. Het Antwerpse stadsbestuur koopt tussen 1878 en 1912 zo’n 335 hydraulische walkranen. Die rijden op spoorrails langs de kaaien waar aansluitingen zijn voor perswater. Dat wordt na gebruik gewoon in de Schelde of dokken geloosd. De kranen kunnen op eigen kracht bepaalde trajecten afleggen, maar niet alle dokken en kaaien zijn met spoorrails met elkaar verbonden. En voor een verre rit zou telkens van aansluitpunt op de perswaterleiding gewisseld moeten worden. Dat kan simpeler, even zo’n kraan optillen en wat verder weer op de sporen zetten, dankzij de enorme drijvende kraan Grote Gust. Op 1 januari 1975 zijn de laatste 34 perswaterkranen buiten dienst gesteld, hun taak is reeds vanaf 1908 stilaan overgenomen door elektrische havenkranen. Nog een blik op het beschermde gebouw Dat het Zuiderpershuis zo’n fraaie gevel uit natuursteen heeft, komt omdat dit industrieel gebouw in de nieuwe Zuidwijk staat. Die moest een wat chiquer karakter krijgen. Maar eigenlijk gaat het om een gewoon bakstenen gebouw met een natuurstenen bekleding op de voor iedereen zichtbare delen. Tussen 1882 en 1883 is het gebouwd door aannemer Hargot uit de Brusselse gemeente Sint-Gillis. Technisch is dit pershuis ontworpen door Paul De Wit, een ingenieur in stadsdienst. De bouw van de fraaie voorgevel is dan weer van architect Ernest Dieltiens. Aannemer Hargot heeft het pershuis weliswaar reële gestalte gegeven, alle technische onderdelen – dat zijn er dus heel veel – zijn door andere bedrijven geleverd, waaronder De Nayer uit Willebroek voor de stoomketels en de Société de la Meuse uit Luik voor twee stoommachines van 200 pk en zuigerpompen. Nadat In 1977 de Nassaubrug zijn eigen mechanisme kreeg is het Zuiderpershuis buiten werking gesteld en beschermd als industrieel erfgoed. Vanaf 1984 trekt theatergroep Internationale Nieuwe Scène in het nogal verkommerde gebouw. Zij sluiten in 1987 een erfpachtovereenkomst voor 50 jaar met de Stad Antwerpen. Dan worden In 1992-’93 de vroegere machinezaal en de ketelhal omgebouwd tot een theaterzaal. Er wordt ook een vzw Zuiderpershuis opgericht. Op 18 februari 1993 is INS vervangen door Wereldculturencentrum Zuiderpershuis, dat westerse en niet-westerse culturen en gemeenschappen via podiumkunst gaat presenteren tot 2012. Vandaag zorgt vzw Zuiderpershuis voor de verdere invulling van dit industriële gebouw. In het Noorderpershuis is sinds 2017 de Antwerpse Brouw Compagnie gevestigd, die op haar beurt ook bijdraagt aan de instandhouding van erfgoed. Hier wordt namelijk opnieuw Seefbier gebrouwen, een bier dat zijn naam in een vorig leven heeft gegeven aan een Antwerpse wijk, de Seefhoek. (Tekst mede dankzij informatie van Ing. Albert Himler en het Zuider Pershuis)
Zuiderpershuis - (c) foto: Stadarchief Antwerpen Zuiderpershuis - (c) foto: Vera Seppion Hydraulische kraan 97 - (c) foto: Maarten Van Dijck William George Armstrong (1810-1900) - foto: BBC Hulton Picture Library