  Het Stille Pand (2006-2021)   Het Stille Pand (2006-2022)   Het Stille Pand (2006-2023)   Het Stille Pand (2006-2023)   Het Stille Pand (2006-2021)   Het Stille Pand (2006-2022)   Het Stille Pand (2006-2024)
Plekstek

Quinten Matsijs

Dead Skull - (c) foto: Andre Bongers
“Dese putkevie werd gesmeed door Quinten Matsijs. De liefde maeckte van den smidt eenen schilder.” Zo staat het toch op de Quinten Matsijsput op de Handschoenmarkt en dat slaat dan op het smeedijzeren bovenstuk, kort gezegd de putkevie. Wil je het bijbehorende verhaal horen? Kort na aankomst in Antwerpen rond 1491 ontmoet siersmid Quinten de dochter van een kunstschilder. Hij wordt verliefd, maar haar vader vindt het beroep van smid te min om de hand van zijn dochter te krijgen. Dus wat doet Matsijs? Snel een cursus schilderen volgen en wanneer haar vader van huis is, penseelt Quinten een vlieg op het blote achterwerk van een duivel op een van diens schilderijen. Pa komt thuis, ziet de vlieg en probeert die weg te meppen. Als hij vaststelt dat het insect geschilderd is, roept hij uit: “Wie dat heeft gedaan mag de hand van mijn dochter hebben!” En dan komt Quinten natuurlijk vanachter het gordijn Ziekte brengt nieuw talent aan het licht Inderdaad, de ergens tussen 4 april en 10 september 1466 in Leuven geboren Quinten begint aldaar zijn artistieke carrière als kunstsmid. Als tweede zoon van smid Joost Matsijs en Catharina van Kincken hoeven we wellicht niet ver te zoeken naar waar hij dat vak geleerd heeft. Maar waarom is hij dan later echt gaan schilderen? Naar verluidt is hij erg ziek geworden en heeft hij daarbij zoveel aan kracht moeten inboeten, dat hij na herstel te zwak was om de zware smidsarbeid nog aan te kunnen. Hij gaat dan decors maken voor wagenspelen en daarbij komt een nieuw talent aan de dag. Vermoedelijk heeft hij de knepen van dat vak geleerd van Dirk Bouts, de bekendste schilder die er in de vijftiende eeuw rondloopt in Leuven en zelf zijn kennis heeft vergaard in Brussel bij Rogier van der Weyden en in Brugge bij Hans Memlinck. Vergeet maar dat fraaie putverhaal, want dat smeedwerk komt van een vierkante put op de nabije Grote Markt en Quinten heeft bij zijn komst naar Antwerpen rond 1491 zich ver van smidsvuur gehouden, maar is in dat genoemde jaar als vrijmeester opgenomen in het Antwerpse Sint-Lucasgilde van de schilders. Apostel Lucas is hun patroonheilige omdat hij ooit een portret van Maria zou hebben geschilderd, weer zo’n mooi verhaal dus. De verrassing van de bolle spiegel Matsys wordt gezien als de eerste grote schilder van wat later de Antwerpse School wordt genoemd, een groep van 16de- eeuwse schilders. Zijn bekendste schilderij is ‘De geldwisselaar en zijn vrouw’ uit 1514, waarvoor je nu naar het Parijse Louvre moet gaan. Opmerkelijk detail op dat werk: een bol spiegeltje waarin je een raam ziet weerspiegeld met een man ervoor. Maar Matsijs kreeg in Antwerpen ook de opdracht om de portretten te schilderen van humanist Desiderius Erasmus en Antwerps stadssecretaris Peter Gillis. Als cadeautje voor hun vriend Thomas More, de Engelse geestelijke die tijdens zijn verblijf in Antwerpen en Mechelen zijn beroemd geworden tweedelige boek Utopia heeft geschreven. Matsys als sta-in-de-weg Van zo’n beroemdheid als Matsys laten we in Antwerpen een standbeeld maken, door Jacques De Braeckeleer, op sokkel gezet door Leonard en Henri Blomme. Het is op 14 augustus 1881 onthuld bij de ingang van ons Stadspark op de plek waar de Quinten Matsijslei en de Rubenslei elkaar ontmoeten. Maar als er een nieuw vervoermiddel wordt uitgevonden, de auto, blijkt Quinten daar een sta-in-de-weg en wordt Matsijs op reis gestuurd naar het (Antwerpse) Zuid. Sinds 27 april 1934 staat hij daar in het plantsoen van de Baron Dhanislei met zicht op talloze auto’s in files, stille wraak. En bijna niemand ziet Quinten daar, want van de lantaarns die hem in het Stadspark omringden is enkel het voetstuk meegekomen. Hij heeft wel zijn palet en schilderdoek bij zich, plus nog een aambeeld en hamer, mocht hij toch nog eens zijn eerste stiel willen beoefenen. Maar we zijn nog niet van hem af, ook zijn grafsteen kent zo zijn verhaal. Quinten Matsijs wordt in 1529 opgenomen in het Sint- Rochusgasthuis, een allang verdwenen ziekenhuis aan de Antwerpse Sint-Rochusstraat, als slachtoffer van de Engelse zweetziekte. Op drie dagen tijd overlijden daaraan 400 Antwerpenaren. Matsijs is een van hen en wordt in de kapel van dat gasthuis begraven. Maar Quinten wordt zelfs dan nog niet met rust gelaten. Reizende grafsteen Rond 1625 krijgt Cornelis Van der Gheest, mecenas en kunstverzamelaar – waaronder enkele werken van Matsijs – toestemming om Quintens grafsteen uit het gasthuis weg te nemen en die inmiddels verweerde steen te laten herkappen. Hij laat er meteen een tekst op aanbrengen: “Sepvltvre van M(eester) Qvinten Matsys in Synen Tyt Grofsmidt & Daer Naer Famevs Schilder Werd Sterf An. 1529”. Een overdadige mondvol, maar daar blijft het niet bij. Wanneer Matsijs 100 jaar dood is in 1629 mag Van der Gheest die steen van het stadsbestuur aanbrengen op de gevel van de kathedraal aan de Handschoenmarkt, tussen de toren en het portaal. Ook de stoffelijke resten van Quinten wordt geen rust gegund, ze worden opgegraven en opnieuw in de grond gestopt binnen in de kathedraal. Vandaag hoef je ze daar niet meer naar te zoeken, bij een latere restauratie zijn alle botten en beenderen die ooit onder de kerkvloer lagen verwijderd. Maar Quintens grafsteen reist wél verder, die wordt in 1818 van de kerkgevel gehaald om te verhuizen naar het Museum voor Schone Kunsten, dat inmiddels geopend is in het oude minderbroedersklooster – nu kunstacademie. Daar krijgt de steen een plaatsje naast een triptiek van Matsijs. Op de kathedraal wordt een replica aangebracht met daarrond een monumentaal kader, waarin je een relifmedaillon van de kunstenaar ziet. Grafsteen van 1600 m² Matsijs’ grafsteen wordt op zijn beurt weer inspiratie voor het eigentijdse kunstwerk Dead Skull van Luc Tuymans, een mozaïek van 40 bij 40 meter, opgebouwd uit 96.569 granietstenen in vier formaten en elf kleuren. Het ligt sinds de opening van het Museum aan de Stroom op dinsdag 17 mei 2011 op het voorplein van dat MAS aan de Hanzestedenplaats in de wijk Antwerpen- Eilandje.Doordat iedereen over dit grote mozaïek heen kan lopen, valt het veel mensen niet eens op dat ze op een kunstwerk wandelen, rennen of spelen. Het formaat maakt het moeilijk om de afbeelding vanaf straatniveau te overzien. Staand op de omgevende muren krijg je al enigszins een idee van deze doodskop, maar ga enkele verdiepingen hoger kijken door de ramen van het MAS voor een beter overzicht, of klim tot aan het dakterras. Daar hoef je geen toegangskaartje voor te kopen. Dead Skull is een vertaling in natuursteen van een reeds in 2002 gemaakt schilderij van Tuymans, maar voor dat olieverfwerk van 114 bij 91 cm moet je vandaag naar de National Gallery in Washington. Werkelijk geen oceaan kan Matsijs tegenhouden.Voor het MAS-mozaïek is er eerst een digitale afbeelding van Lucs schilderij gemaakt, waarbij alle nuances naar een roosterwerk van 488 bij 488 pixels zijn vertaald. Daarna is met medewerking van Jan Van Haute het uiteindelijke ontwerp voor dat mozaïek gemaakt. Elsschots stamcafé Wie het aandurfde om alle hierboven genoemde plekken zelf te gaan bekijken, heeft nu beslist enig uitrusten verdiend. En waar zou dat beter kunnen dan in Den Quinten Matsijs? Voor dit ruim 450 jaar oude monument moet je naar Moriaanstraat 17, een smal straatje nabij het Hendrik Conscienceplein. Het pand is gebouwd in 1565 en is sindsdien steeds een herberg geweest. Eerst onder de naam ’t Gulick, omdat talrijke gasten afkomstig waren uit het graafschap Gulick nabij Luxemburg. Zij kwamen als kooplui naar Antwerpen. Destijds had dit huis twee ruimten: het gastendeel en de paardenstal. Die dagen zijn voltooid verleden tijd, maar binnen zie je enkele middeleeuwse schilderijen, een 250 jaar oud tonspel, een pijpenrek uit vervlogen dagen, een rijke collectie bierpullen en een piano die lange verhalen zou kunnen vertellen. In de ramen kunstig gekleurd glas-in-lood. De Quinten Matsijs was ooit het stamcafé van Vlaamse schrijvers als Willem Elsschot, Paul Van Ostaijen en de Nederlander Werumeus Buning. En Ward Ruyslinck van een latere generatie, waarvan de boeken tot verplichte lectuur voor middelbare scholieren behoorden. Hopelijk heb je ons verhaal niet zo ervaren.
grafsteen Quinten Matsijs - (c) foto: Vera Seppion standbeeld Quinten Matsijs, Baron Dhanislei - (c) foto: Vera Seppion