  Het Stille Pand (2006-2021)   Het Stille Pand (2006-2022)   Het Stille Pand (2006-2023)   Het Stille Pand (2006-2023)   Het Stille Pand (2006-2021)   Het Stille Pand (2006-2022)   Het Stille Pand (2006-2024)
Plekstek

AMUZ - kapel

AMUZ – KAPEL ONZE-LIEVE-VROUW VAN ONBEVLEKTE ONTVANGENIS Kammenstraat 81. Deze kapel is gebouwd van 1855 tot 1857 en herinnert aan het dogma van de Onbevlekte Ontvangenis van Maria, afgekondigd op 8 december 1854 door paus Pius IX zonder voorafgaand concilie. Die onbevlekte ontvangenis heeft niets met seks te maken, slaat ook niet op de geboorte van Jezus, maar slaat op de erfzonde. Even terug naar de Hof van Eden, ofwel het Aards Paradijs. Daar verbiedt God aan Adam en Eva te eten van de Boom van de kennis van Goed en Kwaad. De duivel in de vorm van een slang verleidt Eva om toch van een appel van die bijzondere boom te eten, waarna zij Adam overhaalt ook eens te proeven. Beiden worden uit de Hof van Eden gezet door hun zondeval – het overtreden van Gods verbod. De kiem van het kwaad Hoewel het begrip ‘erfzonde’ niet in de Bijbel voorkomt, nemen de christenen aan dat alle mensen door de zondeval van Adam en Eva voortaan kunnen zondigen. Dat wordt weliswaar voor het grootste deel weer weggewassen door het doopsel, maar er blijft nog een kiem bestaan die ons via begeerte de neiging geeft uit onszelf kwade dingen te doen. Op vier concilies is die kerkelijke leer bevestigd en dat dogma had lang gevolgen voor het begraven van doodgeboren, dus ongedoopte, kinderen. Bij hen was immers die erfzonde niet weggewassen, waardoor zij in ongewijde aarde begraven werden, ergens in een hoekje van elk kerkhof. Op de automatische overdracht van de erfzonde bij elke geboorte maakt de Kerkleer één uitzondering: Maria als moeder van Jezus is bij haar geboorte – maar nog niet bij haar verwekking – vrij van de erfzonde, zodat haar zoon Jezus ook zonder de erfzonde geboren kan worden. Dat is dus de Onbevlekte Ontvangenis van Maria, gevierd op 8 december. Verdringingslucht Deze kapel werd vroeger tijdens kerkdiensten gebruikt als winterkapel, die verwarmd werd via vloerroosters, waardoor warme lucht opsteeg vanuit een kolenketel in de kelder. Nu gebeurt dit met zogenoemde verdringingslucht. Via armaturen op vloerhoogte wordt verwarmde verse lucht met de juiste vochtigheidsgraad ingeblazen, terwijl vervuilde lucht bovenaan via roosters wordt afgezogen. Wat de muren vertellen In drie nissen – apsissen – zijn muurschilderingen aangebracht door Joseph Bellemans en zijn leerlingen, gemaakt met olieverf op een kalkmortel bepleistering, die na beschildering is opgeruwd waardoor ze lijken op het fresco’s – schilderingen op natte kalklagen. Het best bewaard zijn de schilderingen in de oostelijke apsis, tegenover het glasraam. Centraal zie je God de Vader en daaronder groot afgebeeld Maria. Links van haar Kerkvaders, dat zijn schrijvers van bewaard gebleven godsdienstige werken uit de vroegchristelijke periode tot ongeveer de 7de eeuw. Rechts van Maria staan Kerkleraars, een eretitel voor theologische schrijvers, met een ‘heilige’ levenswijze en bijzondere trouw aan de kerkelijke leer. Hun namen staan eronder en het zijn allemaal mannen, want pas in 1970 heeft paus Paulus VI de eerste vrouwelijke Kerkleraressen benoemd: Theresia van Ávila en Catharina van Siena. De zuidelijke apsis bij het nieuwe foyerdeel laat Maria en Jezus in de kribbe met engelen zien en de aanbidding links door de wijzen (de Drie Koningen) en rechts door de herders. Nebukadnezars droom De noordelijke apsis aan de kant van de concertzaal toont in het moeilijk zichtbare middendeel een minder bekend maar wel opzienbarend verhaal. Koning Nebukadnezar van Babylon vraagt zijn eigen hogepriesters om hem zijn verontrustende droom uit te leggen, maar omdat hij niet wil vertellen wat hij heeft gedroomd lukt hen dat niet. De profeet Daniël, samen met anderen in Babylon gevangen, verkrijgt hun vrijlating als hij die droom wel kan weergeven. Daniël vertelt dat Nebukadnezars droom ging over een groot standbeeld met een hoofd van goud, borst en armen van zilver, buik en dijen van koper, benen deels van ijzer met voeten van leem. Uit een berg wordt een steen los gehakt, die het beeld raakt op de voeten. Het valt om en breekt in duizenden stukken, die daarna als stof wegwaaien in de wind. En de steen wordt een enorme berg die de hele aarde bedekt. En Daniël geeft meteen de betekenis: “Het gouden hoofd is uw koninkrijk, zilver, koper en ijzer zijn de na het uwe komende koninkrijken, die minder groot zullen zijn. En als laatste komt er een verdeeld koninkrijk dat uiteenvalt. De steen is het koninkrijk Gods dat alle koninkrijken verbrijzelt en eeuwig blijft bestaan.” Nebukadnezar wist dat Daniël zijn droom had kunnen verklaren. Rechts staat de Heilige Maagd Maria, links worden Adam en Eva uit het Aards Paradijs verdreven. Rond de wanden van deze kapel onder de grote schilderingen zie je ook nog de veertien staties – momentopnamen – van de Kruisweg met eronder de wapenschilden van de schenkers ervan. Glasraam met wapenschild van oudste Pauselijke Ridderorde Hier zie je het wapen van de oudste nog bestaande Pauselijke Ridderorde. De tekst ‘Deus Io Vulit’, ofwel ‘God wil het’, is het devies van deze ridderorde van het Heilig Graf van Jeruzalem, gesticht door Godfried van Bouillon in 1099 met aan het hoofd de paus. Godfried was als hertog van Neder-Lotharingen een van de leiders van de Eerste Kruistocht (1096-1099) om het Heilige Land (vandaag Israël en Palestina) te heroveren op de islamitische Seltsjoeken en Fatimiden. Daartoe had paus Urbanus II opgeroepen. Op 15 juli 1099 wordt Jeruzalem ingenomen onder de leuze Deus Io Vulit. Als de Kruisvaarders op 17 juli Godfried tot koning van Jeruzalem willen uitroepen, weigert hij de kroon omdat Jezus hier een doornenkroon had gedragen. Hij wil wel als Beschermer van het Heilig Graf de titel aanvaarden. Dat wordt een ridderorde met de paus aan het hoofd. Die ridderorde bestaat nog steeds en is geen kloosterorde, maar een gemeenschap van Christus-getrouwen, die de regel van Augustinus hebben aanvaard. Belgische leden zijn o.a. koning Filip en koningin Mathilde, de Antwerpse bisschop Johan Bonny, ex-minister van defensie Pieter De Crem en hoogleraar faculteit geneeskunde van de Gentse universiteit barones Anne De Paepe. Maar vergis je niet, het is geen uitstervend groepje, vandaag telt deze orde wereldwijd zo’n 23000 ‘ridders’ en ‘dames’, zoals de mannelijke en vrouwelijke leden worden genoemd. Schenkers met bekende namen Links, rechts en onder dat wapenschild namen van de vermoedelijke schenkers, waarvan er heel wat namen bekend in de oren klinken voor wie al eens iets over hen, hun landhuizen of hun kastelen heeft gehoord. Omdat het glasraam mogelijk niet meteen bij de bouw van de kapel is geplaatst, is het zeer lastig om exact de juiste identiteit van de schenkers te achterhalen. Daarom geven we slechts enige bijzonderheden over diverse familienamen die op het glasraam voorkomen. Linker zijkant: Waterkeyn: André Waterkeyn wordt wereldbekend als de ingenieur die voor de Brusselse Expo 58 het Atomium ontwerpt. Een 165 miljard maal vergrote kristalstructuur van ijzer met negen bollen van elk 18 meter diameter. Daarvoor is geen staal, maar aluminium gebruikt, minder roestend dan ijzer en destijds sterk in opkomst. Bij de restauratie van 2004-2006 is de bekleding echter vervangen door roestvrij staal. François Waterkeyn was actief als beheerder van diverse Antwerpse maatschappijen. Joseph M. Waterkeyn - op het glasraam vermeld – is de zoon van François en richt het Crédit National Industriel op, een Antwerpse bank. Hij laat in Boechout het huis bouwen van waaruit die gemeente vandaag wordt bestuurd. Jean-Pierre Waterkeyn, jongere broer van François, is de vader van André, de Atomiumbouwer. Van de Werve de Schilde de Mishaegen: Antwerpse adel, waarvan diverse telgen samen zo’n twintig keer burgemeester van Antwerpen zijn geweest. Hun bezittingen zoek je richting Turnhout: ze bezitten de heerlijkheid Immerseel in 1686, Lichtaart in 1767 en de heerlijkheden Vosselaar en Schilde in 1768. Guyot de Mishaegen komt van Brasschaat, waar aan Mishagen 47 het naamgevende kasteel staat. Al in 1482 schenkt deze familie twee boerderijen aan het Sionklooster van de zusters augustinessen. In 1542 wordt echter hun klooster aangevallen door de troepen van Maarten van Rossum – de beruchte veldheer van de graaf van Gelre uit Arnhem. De zusters vluchten later naar Breda. De hoeven zijn gesloopt, een kasteel-buitenverblijf met omringend park is nog aanwezig. Rechter zijkant: Vilain XIIII: Walter Vilain is rond 1250 een zoon van de Gentse burggraaf en hij bezit in Zeeuws-Vlaanderen het Sint-Jansteen. De naam ‘Vilain’ betekent eenvoudigweg ‘van het dorp’. Josse Vilain is een latere, buitenechtelijke zoon en erft van zijn vader veertien bunders grond en zo wordt die familietak Vilain-14, dat op zijn Frans uitgesproken Vilain Quatorze wordt. Met de wat aparte schrijfwijze van dat getal in Romeinse cijfers, niet XIV, maar XIIII. Naar verluidt ter onderscheiding van een andere familietak. De adellijke Gentse familietak heeft vanaf 1696 zijn thuisbasis op kasteel Wissekerke in Bazel. Dat wordt in 1991 eigendom van de gemeente Kruibeke. Alfred Vilain-XIIII is van 1810 tot 1886 burgemeester van Rupelmonde en Bazel en provincieraadslid voor Oost-Vlaanderen. Charles-Ghislain Vilain XIIII is van 1803 tot 1878 als volksvertegenwoordiger lid van het Belgische Nationaal Congres en ook een periode Kamervoorzitter. Hij is tevens burgemeester van het Limburgse Leut waar de familie een kasteel bewoont. Nu is dat in bezit van de gemeente Eisden, waaronder Leut resorteert. Philippe Vilain-XIIII trouwt met een hofdame van Louise-Marie van Orléans, de eerste Belgische koningin. De Brouckhoven de Bergeyck: Een adellijke familie met kasteel Cortewalle in Beveren en een stadpaleis op de Meir. Jan-Baptist de Brouckhoven de Bergeyck trouwt met Hélène Fourment, de weduwe van Rubens. Onderaan: Cogels: Een Brabants-Antwerps geslacht van politici en bankiers met hun oorsprong onder de naam Covels in het Nederlandse Haren, een dorp tussen Tilburg en ’s-Hertogenbosch. Huybrecht Covels (1633-1678) is de eerste die in Antwerpen komt wonen. Wanneer hij op 22 december 1662 trouwt met de 25- jarige Antwerpse Sara Meerbaes wordt hij als Cogels ingeschreven. Jan-Baptist Cogels I (1663-1734) sticht een bank aan de Antwerpse Sint-Jacobsmarkt, investeert in de Nederlandse Verenigde Oost-Indische Compagnie en wordt kassier van de Keizerlijke Oostendse Compagnie in Antwerpen, de tegenhanger van dat Nederlandse bedrijf. Jan-Baptist Cogels II (1694-1733), zoon van Jan-Baptist I, trouwt met Isabella Simons, waarmee de belangrijke opgang en rijkdom van de familie begint. Jan-Baptist wordt na zijn vroege dood - op zijn 39ste - op aanvraag van zijn weduwe op 20 oktober 1753 postuum door keizerin Maria Theresia van Oostenrijk in de adel verheven, overdraagbaar op zijn kinderen. Vrouwlief zet het familiebedrijf succesvol verder. Jan-Baptist Cogels III (1729-1799), kleinzoon van Jan-Baptist I, neemt de leiding van de bank over na moeders overlijden in 1756 en trouwt in 1761 met Isabella Stier. Zij krijgen heel wat kinderen, onder wie drie zoons: Joseph-Henri, Hendrik en Albert. Jan-Baptist III koopt in 1776 het Deurnse Rivierenhof van de drie jaar eerder – tijdelijk - opgeheven jezuïtenorde en twee jaar later ook het nabije Sterckshof. Hij laat het Rivierenhof vanaf 1779 verbouwen tot zomerverblijf naar ontwerp van Charles De Wailly, hofarchitect van Lodewijk XIV. Die verbouwing wordt uitgevoerd door de Antwerpse aannemer Coreblom. Daarna volgt de aanleg van het nogmaals vergrote domein onder leiding van een beroemde Nederlandse tuinarchitect. Ook de vijver in spiegelvorm wordt dan uitgegraven. Een doolhof en speelkabinetten ontbreken niet. Het hele Rivierenhof-domein wordt in 1921 aangekocht door de provincie Antwerpen, dankzij provinciale griffier J. Schobbens. John Cogels (1814-1885) en barones Josephine Osy de Zegwaart erven grond rond boerderij Zurenborg, waar veel later de nieuwe wijk Zurenborg wordt gebouwd met als pronkstuk de Cogels-Osylei. Die Zurenborghoeve lag ongeveer op de rotonde in het midden van die straat. De hoeve zou nog een rol spelen tijdens de Belgische Opstand van 1830, want daar lag het Nederlandse garnizoen dat op 25 oktober van dat jaar bij een uitval iets verderop nabij het Posthof met een kogel het rechterdijbeen verbrijzelde van graaf Frederik de Merode, die mogelijke de eerste Belgische koning zou zijn geworden wanneer hij niet aan die verwonding was overleden in Mechelen op 4 november 1830. della Faille de Leverghem: Een adellijke familie met een zeer brede woning aan de Lange Gasthuisstraat 25- 29-31, waar vandaag onder meer bedrijvencentrum Startupvillage huist. Een doorgang leidt naar de Prairietuin en de Botaniek-plantentuin. In die doorgang een vrouwenbeeld dat met de leuze ‘voor het vaderland’ het ontstaan van België oproept. Marie della Faille de Leverghem (1781-1838) trouwt met Albert Cogels, een zoon van Jan-Baptist Cogels III, lid van het Nationaal Congres.
glasraam AMUZ - (c) foto: Johan Beckers